Garmyn Jues


Geboren in Beveren-IJzer 10 april 1861
Gestorven in Westvleteren 6 septembert 1926
GarmynJ1

Zoon van Edouardus en Sophia Verstraete

 

15.09.1888: intrede in Scheut

31.10.1906: professie bij de trappisten van Westvleteren.

 

 

 

 

Jules Garmyn is op 10 april 1861 in de schaduw van de kerk van Beveren-aan-de-IJzer geboren als zoon van Edouardus Garmyn en Sophia Verstraete.  De ouders wonen dan in een huis ten noorden van de kerk, waar nu de Heilig Hartzaal staat. 

Na zijn schooltijd in Beveren-aan-de-IJzer volgt hij zijn humaniora aan het college in Ieper. Daarna gaat hij theologie studeren aan het Grootseminarie van Brugge.

Jules wordt op 20 december 1884 priester gewijd door bisschop Faict. Hij gaat op 1 augustus 1885 aan de slag als onderpastoor van de Vlamingen in de Noord-Franse stad Armentières. 

Samen met zijn broer Ferdinand treedt hij op 15 september 1888 in bij de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, ook bekend als de Missionarissen van Scheut.

Op 3 juli 1889 vertrekt hij voor zijn eerste missie-opdracht naar Kongo Vrijstaat. Hij studeert er de inlandse taal en doet pastoraal werk in verschillende dorpen. Samen met zijn broer en nog enkele andere missionarissen verrichten zij pionierswerk.

Op 14 februari 1894 sticht hij in het district Kassai de missiepost Kalala-Kafoemba (Merode Salvador). Er worden scholen, een verplegingspost en een weeshuis gebouwd. Na de verwoesting door opstandige Batetela-soldaten richt hij nog de post van Sint-Trudo op.

In de reeks “Missiën in China en Congo” verschijnen ook enkele brieven waarin hij de toestand en de werk-omstandigheden in Kongo aanklaagt. 

Op 12 september 1903 keert hij terug naar België en treedt binnen in de Trappistenorde van Westvleteren onder de naam Maria-Alphonsus.  Daar schrijft hij het boek “Veertien jaren in den Congo”. Hierin vertelt hij in een sappige taal over zijn wedervaren gedurende 14 jaar in Kongo.