Deschrijver Daniël


Geboren in Beveren-IJzer 6 november 1912
Gestorven in Bulskamp 26 januari 2001


Zoon van Hendrik en Ludovica CalmeynDeschrijverD1

Ingetreden bij de Jezïeten op 23.09.1931 in Drongen.

Eerste geloften op 24.09.1933 in Drongen

Priesterwijding op 24.08.1945 in Leuven. Laatste geloften op 02.02.1948 in Kortrijk. Als werkend lid van s.J.:1938-1942: werkzaam in het onderwijs te Borgerhout, Aalst en Antwerpen

24.08.1945: priester gewijd te Leuven

1946-1947: werkzaam in Frankrijk

1947-1958: werkzaam in Kortrijk

05.03.1959: onderpastoor te Herzeeuw, Sint-Janskerk

31.07.1963: medepastoor te Ploegsteert, Sinten-Pieters- en Pauwelskerk

06.08.1965: geïncardineerd in het bisdom Brugge

22.05.1967: pastoor te Bulskamp, Sint-Bertenskerk.

Hij neemt ontslag op 31 augustus 1983 en verblijft verder te Hoogstade.


Daniël Deschrijver is op 6 november 1912 geboren op het Iepkenhof in de Lindestraat in Beveren-aan-de-IJzer, als zoon van Hendrik Deschrijver en Maria-Leonia Calmeyn.

Zijn vader is kerkmeester in Beveren en sterft in de Eerste Wereldoorlog aan tyfus, zodat zijn moeder voortaan alleen met de kinderen de grote boerderij moet runnen.voortaan alleen met de kinderen de grote boerderij moet runnen.

Daniël volgt samen met zijn leeftijdsgenoot Romain Depuydt de lagere school in Stavele. Daarna gaat hij naar het college in Ieper, waar hij een knap student blijkt te zijn.

Als laureaat Latijnse humaniora verlaat hij zijn geboortedorp en treedt binnen bij de paters Jezuïeten te Drongen. Hij volgt er een jaar klassieke filologie en 3 jaar wijsbegeerte. Ondertussen is hij ook leraar aan het college van Borgerhout, Aalst en Antwerpen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog neem hij zijn intrek aan de Leuvense universiteit waar hij 4 jaar godsgeleerdheid volgt. In 1945 wordt hij te Leuven priester gewijd.

In zijn geboortedorp Beveren is er een eeremis. Als Jezuïet trekt hij dan naar Frankrijk waar hij vele missies predikt. Hij volgt er nog cursussen sociale studies aan de Sorbonne-universiteit van Parijs.

In 1947 keert hij terug naar West-Vlaanderen. Later wordt hij nog aalmoezenier in de grensgemeenten Heseaux en Ploegsteert om er de grensarbeiders geestelijk te begeleiden. Vanaf 1967 wordt hij pastoor van Bulskamp.

Na 17 jaar verhuist hij naar Hoogstade om er van een welverdiende rust te genieten. Daar houdt hij zich bezig met de geschiedenis van zijn streek. Zijn opzoekingswerk resulteert in heel wat artikels en boeken. Door zijn grondige kennis van oud-Latijn volgt ook een vertaling van het middeleeuwse kruidenboek van Anselmus Boetius in samenwerking met de Universiteit Gent. Als rasechte Bevernaar publiceert hij ook diverse artikels en studies over zijn geboortedorp.