Brutsaert Theodoor


MasscheleinM1

MasscheleinM1
Geboren in Beveren-IJzer 8 september 1897
Gestorven in Antwerpen op 3 augustus 1970


Zoon van Omer en Elodia Declerk

1918: intrede klooster Witte Paters Boechout

03-09-1925: vertrek naar Rwanda 


Theodoor Brutsaert is op 8 september 1897 geboren in Beveren-aan-de-IJzer als zoon van landbouwers Omer Brutsaert en Elodia Declerck.

In 1918 treedt hij in het klooster van de Witte Paters in Boechout. Op 3 september 1925 vertrekt hij naar Rwanda. Daar is hij in 1928 een van de medestichters van de missiepost van Astrida (nu Butare), een stad gelegen in het zuiden van het land en vernoemd naar de Belgische koningin Astrid.

Tijdens zijn verlof in 1937 wordt hij anderhalf jaar econoom op het noviciaat van de Broeders van Gits.

In 1938 vertrekt hij terug op missie en kent perfect de lokale taal waarmee hij met klare stem zich ver kon doen verstaan.

Theodoor blijft zijn hele leven lang een enthousiast missionaris. Soms klaagt hij wel, soms kan hij in zijn wiek schieten, maar dat gaat heel snel voorbij. Want zijn levensmotto is: “wij zijn gelukkig”, zoals hij dat zo dikwijls uitdrukt in zijn brieven. 

Begin 1970 moet Theodoor om gezondheidsredenen terugkeren naar België en overlijdt hij op 3 augustus 1970 in een ziekenhuis in Antwerpen.

Hij wordt begraven in Vrasene.

“Schrijven over Theo Brutsaert is een plezier, zoals het een plezier was met hem samen te leven. Hoe zou men Theo kunnen vergeten? Een kleine man, een fikse kop, een mond die op ‘t lachen staat, een indrukwekkende buik, twee korte beentjes.”

“Toen koning Boudewijn in 1955 zijn eerste Afrikareis deed, was Theo econoom te Kabgayi. En hij heeft ervoor gezorgd dat de koning geen honger had. Ik zie hem nog afkomen met een grote schotel smakelijke boterhammen met hesp en kaas. De stijve atmosfeer van protocol en beleefde glimlachjes bloeide open tot een gezellig samenzijn in een Vlaamse keuken. En Theo was de gulle gastheer, die aan de koning zijn tomaten toonde en zijn aardbeien en zijn wortelen en die, toen de koning naar de toiletten informeerde, met zijn ontwapenende eenvoud (en zijn onverbeterlijke directheid) in een onvervalst West-Vlaams vroeg of ‘het voor ’t zitten was of voor 't staan’."“Toen koning Boudewijn in 1955 zijn eerste Afrikareis deed, was Theo econoom te Kabgayi. En hij heeft ervoor gezorgd dat de koning geen honger had. Ik zie hem nog afkomen met een grote schotel smakelijke boterhammen met hesp en kaas. De stijve atmosfeer van protocol en beleefde glimlachjes bloeide open tot een gezellig samenzijn in een Vlaamse keuken. En Theo was de gulle gastheer, die aan de koning zijn tomaten toonde en zijn aardbeien en zijn wortelen en die, toen de koning naar de toiletten informeerde, met zijn ontwapenende eenvoud (en zijn onverbeterlijke directheid) in een onvervalst West-Vlaams vroeg of ‘het voor ’t zitten was of voor 't staan’.

"Citaat uit een artikel van Walter Aelvoet, eindredacteur van “Wereldwijd”, een tijdschrift voor katholieke missionarissen.