Masschelein Mauritius - 1960-1976


MasscheleinM1Geboren in Zonnebeke op 13 december 1910
Gestorven in Poperinge op 27 januari 1992


Zoon van Theophiel en Rosalie Simoen.

06.06.1936: priester gewijd te Brugge.

16.09.1936: leraar aan het college van Poperinge en tevens vanaf

18.01.1939: zondagsonderpastoor te Roesbrugge, Sint-Maartenskerk.

26.08.1940: onderpastoor te Woesten, Sint-Rijkstrui'skerk.

18.08.1947: onderpastoor te Watou, Sint-Baafskerk.

22.03.1960: pastoor te Beveren, Sint-Omaarskerk.


Maurits Masschelein is op 13 december 1910 geboren in Zonnebeke. Hij wordt op 6 juni 1936 priester gewijd te Brugge. Eerst is hij leraar aan het Sint-Stanislascollege van Poperinge. Vanaf 1939 is hij ook “zondagspastoor” in Roesbrugge. Bij de mobilisatie op 10 mei 1940 wordt hij als legeralmoezenier aangesteld. Tijdens de Achttien-daagse Veldtocht wordt hij krijgsgevangene gemaakt en naar Duitsland gebracht.

Maurits Masschelein is op 13 december 1910 geboren in Zonnebeke. Hij wordt op 6 juni 1936 priester gewijd te Brugge. Eerst is hij leraar aan het Sint-Stanislascollege van Poperinge. Vanaf 1939 is hij ook “zondagspastoor” in Roesbrugge. Bij de mobilisatie op 10 mei 1940 wordt hij als legeralmoezenier aangesteld. Tijdens de Achttien-daagse Veldtocht wordt hij krijgsgevangene gemaakt en naar Duitsland gebracht.


Niet voor lang, want in augustus 1940 is hij onderpastoor benoemd in Woesten. Daar kan hij een politiek gevangene uit de greep van de Duitsers bevrijden. Ook verbergt hijeen familielid op zijn zolder, waarvoor hij een decoratie ontvangt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn heel wat jongeren uit de streek naar Duitsland gevoerd om er te gaan werken. Onder leiding van kapelaan Masschelein wordt een comité opgericht dat grotendeels uit vrouwen bestaat en zorgt voor extra voeding en kledij voor de weggevoerden. Met paard (of muildier) en kar worden de pakjes naar het station gebracht.Na de oorlog verhuist Maurits als onderpastoor naar Watou. Op 22 maart 1960 wordt hij pastoor benoemd in Beveren-aan-de-IJzer. De aanstelling op zondag 3 april wordt op uitdrukkelijk verzoek van Maurits beperkt tot een kerkelijke plechtigheid. De nieuwe herder trekt zijn liturgische gewaden aan in het huis van Candaele. Bij het buitenkomen biedt de jonge Ludo Lepee de herdersstaf aan. Aan de ingang van de kerk vormen de kinderen een erehaag en de kleine Lutgarde Candaele overhandigt de nieuwe herder de kerksleutel.


De pastorie deelt hij met zijn gelukkige ouders, tot zij in 1963 overlijden. Maurits is een volksmens, diep geworteld in de Westhoek. Hij voelt zich hier thuis bij zijn “mensen van te lande”. Hij doorkruist de streek met zijn fiets en bezoekt alle mensen, ook diegenen die niet naar de kerk komen. In zijn sappige streektaal kan hij boeiende verhalen vertellen, met een druppel Elixir. Hij geniet van zijn tuin, fruitbomen en druivelaar in de serre bij de pastorie.


Tijdens zijn ambtsperiode zijn grote werken uitgevoerd aan de kerk. Zo worden de buitenmuren opnieuw gevoegd, de daken en goten vernieuwd, de kerk en sacristie geschilderd en het orgel hersteld. Wekelijks schrijft hij in het parochie-blad een artikeltje over de geschiedenis van de parochie. Maurits neemt ontslag op 3 april 1976. Hij gaat op rust in Watou en overlijdt op 27 januari 1992 in Mariaziekenhuis van Poperinge.